zwavel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Fl Uup Lv Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Uitspraak
Woordafbreking
  • zwa·vel
Woordherkomst en -opbouw
  • De naam zwavel komt uit het sanskriet waar het sulvere werd genoemd.
enkelvoud meervoud
naamwoord zwavel -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwavel m

  1. (scheikunde), (element), (mineraal) scheikundig element met symbool S en atoomnummer 16. Het is een geel niet-metaal.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwavelen

zwavel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwavelen
    Ik zwavel.
  2. gebiedende wijs van zwavelen
    Zwavel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwavelen
    Zwavel je?

Meer informatie