bo
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bo
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Woordherkomst en -opbouw
- Verkorting van boterham
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bo | bo's |
| verkleinwoord | bootje boke |
bootjes bokes |
Zelfstandig naamwoord
bo m
- (kindertaal), (afkorting), (verkorting) de afkorting voor boterham.
- Mam, mag ik nog een bo?
Synoniemen
Vertalingen
1.
Afrikaans
Voorzetsel
bo
Iers
Zelfstandig naamwoord
bo
Papiamento
Persoonlijk voornaamwoord
bo
Schots-Gaelisch
Zelfstandig naamwoord
bo
Zweeds
Uitspraak
Woordafbreking
- bo
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bo |
bodde |
bott |
| volledig | ||
Werkwoord
bo
- wonen
- «Var bor du?»
- Waar woon je?
- «Var bor du?»
Afgeleide begrippen
Categorieën: Woorden in het Nederlands | Niet in woordenlijst | Zelfstandig naamwoord in het Nederlands | Kindertaal in het Nederlands | Afkorting in het Nederlands | Verkorting in het Nederlands | Woorden in het Afrikaans | Voorzetsel in het Afrikaans | Woorden in het Iers | Dierkunde in het Iers | Woorden in het Papiamento | Woorden in het Schots-Gaelisch | Dierkunde in het Schots-Gaelisch | Woorden in het Zweeds | Werkwoord in het Zweeds