ar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: år

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar
enkelvoud meervoud
naamwoord ar arren
verkleinwoord arretje arretjes

Zelfstandig naamwoord

ar m/v

  1. arrenslee, een slee die door trekdieren over sneeuw of ijs getrokken wordt
    Op de ar gleden we door de sneeuw.



Iers

vorm tegenwoordig verleden
voorwaardelijk
verl./voorw
voor (f+)klinker
bevestigend is ba b'
ontkennend níor níorbh
vragend an ar arbh
betrekkelijk gur(b) gur gurbh
vragend/ontkennend
betrekkelijk/ontkennend
nach nár nárbh

Werkwoord

ar + lenitie (arbh voor klinker of f + klinker)

  1. vragende voorwaardelijke of verleden vorm van het koppelwerkwoord is
    Ar mháthair mhaith í?Was ze een goede moeder?
    Arbh fhearr leat pionta beorach?Heb je liever een biertje?
vorm van
ar
op mij orm
op jou ort
op hem, erop
op haar, erop
air
uirthi
op ons orainn
op jullie oraibh
op hen, erop orthu

Voorzetsel

ar

  1. op
  2. tá ... orm: ik heb ...
    «Tá fuacht orm.»
    Ik heb het koud.
    «Tá slaghdán orm.»
    Ik ben verkouden.


Koerdisch

Zelfstandig naamwoord

ar

  1. meel
  2. vuur
  3. are
  4. schande


Portugees

Zelfstandig naamwoord

ar m

  1. lucht


Turks

Zelfstandig naamwoord

ar

  1. schaamte, verlegenheid.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen