schande

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schan·de
enkelvoud meervoud
naamwoord schande schandes
verkleinwoord (schandetje) (schandetjes)

Zelfstandig naamwoord

schande v/m

  1. iets waarvoor men de minachting van anderen oploopt
    Het is geen schande iets voor je eigen taal te doen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen