zuiveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
zuiveren zuiverend
zuivering gezuiverd
Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zuiveren
zuiverde
gezuiverd
zwak -d volledig

Werkwoord

zuiveren (overgankelijk)

  1. van verontreinigingen ontdoen
    Dit rietbed zuivert het rivierwater.
  2. (techniek) raffineren, veredelen
  3. (politiek) ontdoen van politieke tegenstanders
  4. van een smet bevrijden
  5. fouten of onvolkomenheden verwijderen uit
    zuiveren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl