louteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lou·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
louteren
louterde
gelouterd
zwak -d volledig

Werkwoord

louteren

  1. overgankelijk zuiveren
  2. zedelijk verbeteren
  3. overgankelijk (metallurgie), (scheikunde) zuiveren van een stof, met name door blootstelling aan hoge temperaturen
    • Het goud werd gesmolten en in het vuur gelouterd. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be