aanzuiveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·zui·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanzuiveren
zuiverde aan
aangezuiverd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanzuiveren

  1. het nog schuldige betalen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.