zuiverde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zui·ver·de

Werkwoord

vervoeging van
zuiveren

zuiverde

  1. enkelvoud verleden tijd van zuiveren
    • Ik zuiverde. 
    • Jij zuiverde. 
    • Hij, zij, het zuiverde.