wond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wond
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kwetsuur’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord wond wonden
verkleinwoord wondje wondjes

Zelfstandig naamwoord

wond

  1. (medisch) een beschadiging in of aan het lichaam
    • Door zijn val had hij een diepe wond in zijn been. 
     Als ik soms tot wel twee weken achter elkaar in de wildernis zou moeten overleven, zou het goed zijn als ik wist hoe ik mijn eigen wonden moest dichtnaaien zoals Rambo.[3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
proberen de opgelopen schade of verwondingen te herstellen
 Maar Duitsland spaarde hen en liet hen ongestoord naar hun eiland vliegen om hun wonden te likken.[4]
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
winden

wond

  1. enkelvoud verleden tijd van winden
    • Ik wond. 
    • Jij wond. 
    • Hij, zij, het wond. 
vervoeging van
wonden

wond

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonden
    • Ik wond. 
  2. gebiedende wijs van wonden
    • Wond! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonden
    • Wond je? 
stellend
onverbogen wond
verbogen wonde
partitief wonds

Bijvoeglijk naamwoord

wond [5]

  1. gewond

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "wond" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. wond op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be