wondje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wond·je

Zelfstandig naamwoord

wondje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord wond
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord wonde