winden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
winden
wond
gewonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

winden

  1. (overgankelijk) een draad of kabel draaiend op een as of klos aanbrengen
    Kan jij dat touw om die paal winden?
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

winden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wind
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord winde

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • van het Protogermaans *windan- en *wandon

Werkwoord

winden

  1. wikkelen
Overerving en ontlening