schaafwond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

schaafwond
Uitspraak
Woordafbreking
  • schaaf·wond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schaafwond schaafwonden
verkleinwoord schaafwondje schaafwondjes

Zelfstandig naamwoord

schaafwond v/m

  1. (medisch) een oppervlakkige wond waarbij huid verloren is gegaan door schaven
    • Grilliger dan de Primavera kan een klassieker niet zijn. Zes uur koers in benen en hoofd en dan volgen de Cipressa en de Poggio nog. De laatste is beslissend. Op het steilere stuk, op 800 meter van de top, explodeert de kopgroep. Wie aan het begin van de griezelige afdaling niet in de eerste vijftien zit, kan het schudden. Inhalen in de razende vrije val is quasi onmogelijk. Alleen stuurvaste renners blijven overeind in de technische afdaling die altijd weer ontsierd wordt door gebroken botten en schaafwonden. De laatste twee vlakke kilometers na de afdaling worden afgelegd met supersonische snelheid. De positionering voor de sprint moet dan al vastliggen. Als het nog tot een sprint komt, want de afdaling is acrobatie voor solisten. Het is bijna ondoenbaar om het wiel van de voorganger te houden. Milaan-Sanremo eindigt altijd in hondsdolheid. [1] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Hugo Camps 18 maart 2017