wandelwagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·del·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wandelwagen wandelwagens
verkleinwoord wandelwagentje wandelwagentjes

Zelfstandig naamwoord

wandelwagen m

  1. een wagen waarin jonge kinderen rondgereden kunnen worden
    • Zij hebben een wandelwagen waar twee kinderen in kunnen zitten. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie