kinderwagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kinderwagen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderwagen kinderwagens
verkleinwoord kinderwagentje kinderwagentjes

Zelfstandig naamwoord

kinderwagen m

  1. een voertuig waarin zuigelingen of kleuters met de hand verreden kunnen worden
    • Leg hem maar even in de kinderwagen, dan kunnen we een eindje wandelen. 
     Daarna sloot hij zich aan bij de Vrije Fransen in Londen, vloog vanuit Bromma op een koude winteravond in een vrachtvliegtuig over de Hardangervidda naar Schotland. Mama was er met mij, dik ingepakt in de kinderwagen, om afscheid te nemen.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be