wandelstok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·del·stok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wandelstok wandelstokken
verkleinwoord wandelstokje wandelstokjes

Zelfstandig naamwoord

wandelstok m

  1. stok die dient als steun bij het wandelen en beschermt tegen vallen
    • De oude man leunt zwaar op zijn wandelstok. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie