vreten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vre·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van ver-eten, afgeleid van eten met het voorvoegsel ver- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord vreten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vreten o

  1. voer voor dieren
  2. (informeel) voedsel
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vreten
vrat
gevreten
klasse 5 volledig

Werkwoord

vreten [2][3]

  1. overgankelijk (informeel) (van personen) het nuttigen van voedsel op een meestal onbeleefde wijze
    • Zit toch niet zo asociaal te vreten! 
  2. overgankelijk (van dieren) eten
  3. overgankelijk in grote hoeveelheid gebruiken
    • Deze motorfiets vreet kettingen. 
  4. absoluut een aanhoudend toenemende en pijnlijke lichamelijke of psychische gewaarwording veroorzaken
    • Dit blijft aan mij vreten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal