vrat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrat

Werkwoord

vervoeging van
vreten

vrat

  1. enkelvoud verleden tijd van vreten
    • Ik vrat. 
    • Jij vrat. 
    • Hij, zij, het vrat. 

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord vrat vratte


Woordafbreking
  • vrat

Zelfstandig naamwoord

vrat

  1. wrat

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrat

Zelfstandig naamwoord

vrat

  1. genitief meervoud van vrata
Anagrammen