aanvreten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vre·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanvreten
vrat aan
aangevreten
klasse 5 volledig

Werkwoord

aanvreten

  1. overgankelijk beschadigd door vraat
    • De rozen waren aangevreten door de taxuskever. 
  2. overgankelijk beschadigd door chemische aantasting
    • De beschermende laag rond de elektrische draden was aangevreten door het zuur. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie