vreter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vre·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van vreten met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord vreter vreters
verkleinwoord vretertje vretertjes

Zelfstandig naamwoord

vreter m [1]

  1. gulzige eter
Verwante begrippen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen