voort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van richting: vooruit’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2]

Bijwoord

voort

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: verder gaan met een handeling, in richting naar voren gaand
    voortploegen: En de boer, hij ploegde voort.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen