voort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van richting: vooruit’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2]

Bijwoord

voort

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: verder gaan met een handeling, in richting naar voren gaand
     Er stonden drie kruisen op Golgotha,
    Maar de boer hij ploegde voort.
    [3]
     Ondertussen woedde de storm onverminderd voort.[4]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "voort" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. voort op website: Etymologiebank.nl
  3. J.W.F. Werumeus Buning op Wikipedia Ballade van den boer (1935) in: Verzamelde gedichten. (1970), Querido, Amsterdam, ISBN 90 214 1140 7, p. 157
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be