voort

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

voort

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: verder gaan met een handeling, in richting naar voren gaand
    voortploegen: En de boer, hij ploegde voort.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl