voortleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·le·ven
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

voortleven [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortleven
leefde voort
voortgeleefd
zwak -d volledig
  1. doorgaan met leven
    • Zij leefden nog een lange tijd voort na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. 
  2. doorgaan met te bestaan
    • Hij bleef nog lang voortleven in hun herinnering. 
     Graag zou ik willen geloven in een ziel die doorleeft na de dood, maar ik geloof eerder dat de zielen van onze overleden vrienden voortleven in de harten van mensen die aan hen terugdenken.[2]
     Ze bezong in haar muziek de tegenslagen en successen in het leven. Ik vind het heel bijzonder dat ze Liesbeth - de musical nog heeft kunnen meemaken. Ik zal haar nooit vergeten en hoop dat haar muziek nog lang zal voortleven.[3]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 24 juni 2022 Weblink bron “Herinneringen aan Liesbeth List: 'Ineens deed ze die yogapose'” (27 maart 2020), NU.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be