Naar inhoud springen

voortsnellen

Uit WikiWoordenboek
  • voort·snel·len

voortsnellen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortsnellen
snelde voort
voortgesneld
zwak -d volledig
  1. met (te) grote snelheid bewegen
    • "Geweldige chauffeurs die met grote snelheden in de mist overal langs scheuren en tussendoor kruipen in de files, desnoods over de vluchtstrook. Op het laatste moment ritsen om enkele auto’s op te schieten. Autorijden is verworden tot een stijlloos voortsnellen. Ikke ikke en de rest kan stikken." [2] 
    • Voortsnellen naar de afgrond is niet tegen te gaan na het verbreken van de betrekking die aan de hemel verbindt.” [3] 
90 %van de Nederlanders;
84 %van de Vlamingen.[4]