Naar inhoud springen

voortvloeien

Uit WikiWoordenboek
  • voort·vloei·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortvloeien
vloeide voort
voortgevloeid
zwak -d volledig

voortvloeien [1]

  1. verder vloeien of stromen
  2. resulteren
     Niet om het doden, in tegendeel, dat speelt geen rol, maar wel om de handelingen die hieruit voortvloeien.[2]
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be