voortzetten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortzetten
zette voort
voortgezet
zwak -t volledig

Werkwoord

voortzetten

  1. overgankelijk iets langer laten duren
    • Het werk werd nog enige maanden voortgezet, maar uiteindelijk opgegeven. 
     'Wij willen een mooie geschiedenis voortzetten', zegt Patrick Henriroux van sterrenrestaurant La Pyramide in Vienne. Zijn zaak werd in 1923 geopend door Fernand Point, een culinaire legende die Paul Bocuse en andere topkoks opleidde.[1]
  2. overgankelijk iets na een pause hervatten
    • Na deze korte onderbreking werd het werk voortgezet. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant