voortgaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voortgaan
ging voort
voortgegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

voortgaan

  1. ergatief doorgaan continueren, niet ophouden
    • Zonder woorden zijn we voortgegaan 
  2. inergatief ~ met een bepaalde handeling voortzetten
    • Er werd ondanks de tegenslag voortgegaan met de bouw van de nieuwe schouwburg. 
Vaste voorzetsels

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be