voortdurend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·du·rend
stellend
onverbogen voortdurend
verbogen voortdurende
partitief voortdurends

Bijvoeglijk naamwoord

voortdurend

  1. langdurig en ononderbroken
    • Er kwam een voortdurende informatiestroom binnen. 


Bijwoord

voortdurend

  1. langdurig en ononderbroken
     Ik lette goed op veranderingen in mijn omgeving en ik keek voortdurend naar de wolkenpatronen en -trekrichting.[1]

Werkwoord

vervoeging van: voortduren
verbogen vorm: voortdurende

voortdurend

  1. onvoltooid deelwoord van voortduren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be