voortdurend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·du·rend
stellend
onverbogen voortdurend
verbogen voortdurende
partitief voortdurends

Bijvoeglijk naamwoord

voortdurend

  1. langdurig en ononderbroken
    • Er kwam een voortdurende informatiestroom binnen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.