Naar inhoud springen

voortdurend

Uit WikiWoordenboek
  • voort·du·rend
stellend
onverbogen voortdurend
verbogen voortdurende
partitief voortdurends

voortdurend

  1. langdurig en ononderbroken
    • Er kwam een voortdurende informatiestroom binnen. 
     Kunnen we niet gewoon zijn, gewoon even wandelen, zonder gedoe? Dat voortdurende praten, dat zwelgen in het eigen leed, het geroddel en geruzie, ik krijg er kloppende oogleden van.[1]
     In de huisjes aan de rivieroever werd zoals je had kunnen verwachten geklaagd over het voortdurende lawaai.[2]

voortdurend

  1. langdurig en ononderbroken
     Ik lette goed op veranderingen in mijn omgeving en ik keek voortdurend naar de wolkenpatronen en -trekrichting.[3]
     'Mama snoepje?' Op mijn vierde schijn ik haar dat al voortdurend gevraagd te hebben.[1]
     Niet als ze voortdurend teksten loopt te declameren met een air alsof het de Gijsbrecht is die ze moet instuderen.[1]
vervoeging van: voortduren
verbogen vorm: voortdurende

voortdurend

  1. onvoltooid deelwoord van voortduren
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. 1 2 3
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be