voortdurend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·du·rend
stellend
onverbogen voortdurend
verbogen voortdurende
partitief voortdurends

Bijvoeglijk naamwoord

voortdurend

  1. langdurig en ononderbroken
    • Er kwam een voortdurende informatiestroom binnen. 
     In de huisjes aan de rivieroever werd zoals je had kunnen verwachten geklaagd over het voortdurende lawaai.[1]

Bijwoord

voortdurend

  1. langdurig en ononderbroken
     Ik lette goed op veranderingen in mijn omgeving en ik keek voortdurend naar de wolkenpatronen en -trekrichting.[2]

Werkwoord

vervoeging van: voortduren
verbogen vorm: voortdurende

voortdurend

  1. onvoltooid deelwoord van voortduren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be