voortgang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voort·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voortgang voortgangen
verkleinwoord voortgangetje voortgangetjes

Zelfstandig naamwoord

voortgang m

  1. het vooruit gaan
  2. de mate waarin het vooruit is gegaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.