vil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vil

Werkwoord

vervoeging van
villen

vil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van villen
    Ik vil.
  2. gebiedende wijs van villen
    Vil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van villen
    Vil je?


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
vil
gevil
volledig

Werkwoord

vil

  1. villen


Bretons

Uitspraak
Woordafbreking
  • vil
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse vil ("goedkoop; waardeloos, verachtelijk").

Bijvoeglijk naamwoord

vil

  1. lelijk
  2. laag, gemeen.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

vil m

  1. lelijke vent, lelijkerd


Deens

Woordafbreking
  • vil

Werkwoord

vil

  1. tegenwoordige tijd van ville


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • vil
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse vilis ("goedkoop; waardeloos, verachtelijk").
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   vil vils
  vrouwelijk   vile viles

Bijvoeglijk naamwoord

vil

  1. van geringe waarde, weinig waard.
  2. (figuurlijk) laag, gemeen.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

une chose de vil prix

  • een zaak van geringe waarde; een zaak aan een voordelige prijs

vendre à vil prix

  • ver onder de gewone prijs verkopen


Haïtiaans Creools

Woordafbreking
  • vil
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse ville ("stad").

Zelfstandig naamwoord

vil

  1. stad


Noors

Woordafbreking
  • vil
Naar frequentie 25

Werkwoord

vil

  1. tegenwoordige tijd van ville


Nynorsk

Woordafbreking
  • vil

Werkwoord

vil

  1. tegenwoordige tijd van vilje


Portugees

Uitspraak
  • IPA:
    • (Portugal) /vil/
    • (Brazilië) /viu̯/
Woordafbreking
  • vil
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse vilis ("goedkoop; waardeloos, verachtelijk").
  enkelvoud meervoud
  mannelijk     vil     viles  
  vrouwelijk     vil     viles  

Bijvoeglijk naamwoord

vil

  1. van geringe waarde, weinig waard.
  2. (figuurlijk) laag, gemeen.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

o vil metal

  • geld, "het verachtelijke metaal"


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • vil
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse vilis ("goedkoop; waardeloos, verachtelijk").
  enkelvoud meervoud
mannelijk vil viles
vrouwelijk vil viles

Bijvoeglijk naamwoord

vil

  1. van geringe waarde, weinig waard.
  2. (figuurlijk) slecht, gemeen, laag, vuig
  3. (figuurlijk) onwaardig.
Verwante begrippen