vaag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vaag
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vaag vager vaagst
verbogen vage vagere vaagste
partitief vaags vagers -

Bijvoeglijk naamwoord

vaag

  1. iets wat niet duidelijk is, niet scherp omlijnd
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vagen

vaag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vagen
    • Ik vaag. 
  2. gebiedende wijs van vagen
    • Vaag! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vagen
    • Vaag je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen