onduidelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·dui·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onduidelijk onduidelijker onduidelijkst
verbogen onduidelijke onduidelijkere onduidelijkste

Bijvoeglijk naamwoord

onduidelijk

  1. niet helder of zeker
    Daarmee is de toekomst nog onduidelijker geworden.
  2. niet goed zichtbaar en/of identificeerbaar
    De afbeelding is onduidelijk.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen