aan een touwtje hebben

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan een touw·tje heb·ben
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

aan een touwtje hebben

  1. overgankelijk met een daaraan vastgemaakt touw of riem in de gewenste richting kunnen leiden (met een dier als lijdend voorwerp)
    • De kat is weggelopen. (…) De derde dag loop ik 's avonds met gespitste oren een blokje om, al 'Woutertje' roepend. Aangestaard door hondenuitlaters die hún beest aan een touwtje hebben. [1]
  2. overgankelijk (figuurlijk) kunnen laten doen wat je wilt (met personen of groepen als lijdend voorwerp)
    • Door niet te willen onderhandelen voor de actiedag test de FME met name de discipline in de gelederen van de Industriebond FNV. De geschiedenis leert dat het dikwijls heel lastig is de weg naar de onderhandelingstafel terug te vinden als eenmaal het actiepad is ingeslagen. „We denken wel dat we onze districtsbestuurders en kaderleden aan een touwtje hebben, maar in werkelijkheid is het meer een elastiekje", zegt de woordvoerder van de FNV-bond. [2]
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • niet aan een touwtje hebben
    geen doorslaggevende invloed hebben op (gezegd als verontschuldiging wanneer je wordt aangesproken op het gedrag van anderen)
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen