tuitouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tui·touw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tuitouw tuitouwen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tuitouw o [2]

  1. (scheepvaart) touw dat men gebruikt voor het boeganker
  2. (molenaarsambacht) touw waarmee men de wieken van vastzetten

Gangbaarheid

25 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen