gaarden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaar·den

Zelfstandig naamwoord

gaarden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gaard
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord gaarde

Werkwoord

vervoeging van
garen

gaarden

  1. meervoud verleden tijd van garen
    • Wij gaarden. 
    • Jullie gaarden. 
    • Zij gaarden. 


Noors

Zelfstandig naamwoord

gaarden

  1. verouderde spelling of vorm van gården van vóór 1917
(bepaalde mannelijke vorm nominatief enkelvoud van gaard)