syn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nedersorbisch

Zelfstandig naamwoord

syn m

  1. zoon


Pools

Zelfstandig naamwoord

syn m

  1. (familie) zoon
Verbuiging


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • syn
Naar frequentie 2058
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   syn     synen     syner     synerna  
genitief   syns     synens     syners     synernas  

Zelfstandig naamwoord

syn

  1. gezichtsvermogen
  2. inzicht, mening
  3. oordel, visie, zienswijze
  4. zicht
Uitdrukkingen en gezegden
  • [4]: bära syn för
voor zich spreken
daarvan getuigen
  • [4]: syn
iemand of iets in het oog krijgen
iemand of of iets te zien krijgen