inzicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·zicht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inzicht inzichten
verkleinwoord inzichtje inzichtjes

Zelfstandig naamwoord

inzicht o

  1. het doorhebben hoe iets in elkaar zit
    • Hij heeft een goed inzicht in schaak. 
  2. het beseffen of erkennen van iets
    • Inzicht is de eerste stap tot verandering. 
  3. inzage; het inzien (van een document)
    • Hij kreeg inzicht in een paar van de belangrijkste documenten. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen