stres

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stres

Werkwoord

vervoeging van
stressen

stres

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stressen
    • Ik stres. 
  2. gebiedende wijs van stressen
    • Stres! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stressen
    • Stres je? 

Meer informatie


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

stres

  1. (medisch) stress; (psychische) zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving)

Meer informatie


Pools

Zelfstandig naamwoord

stres m

  1. (medisch) stress; (psychische) zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving)
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

stres m

  1. (medisch) stress; (psychische) zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving)
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • stres
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Engelse stress

Zelfstandig naamwoord

stres monbezield

  1. (medisch) stress; (psychische) zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving)
Verbuiging
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen

Meer informatie