tjur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
En tjur.
Een auerhoen.

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • tjur
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord þiðurr.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tjur     tjuren     tjurer     tjurene  
genitief   tjurs     tjurens     tjurers     tjurenes  

Zelfstandig naamwoord

tjur g

  1. (dierkunde), (vogels) auerhoen
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen