speelkaart

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
speelkaarten
Woordafbreking
  • speel·kaart
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord speelkaart speelkaarten
verkleinwoord speelkaartje speelkaartjes

Zelfstandig naamwoord

speelkaart v

  1. een kartonnen of plastic kaart uit een kaartspel, om mee te spelen
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be