aas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Aas [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aas
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord aas azen
verkleinwoord aasje aasjes

Zelfstandig naamwoord

aas

  1. m of o: speelkaart die met A aangeduid wordt; vaak hoogste in het spel
  2. o stuk vlees dat als lokmiddel gebruikt wordt
  3. o dood dier dat door een aasvreter opgeruimd wordt
2,3 enkelvoud meervoud
naamwoord aas azen
verkleinwoord aasje aasjes
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • geen aasje: geen ziertje
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
azen

aas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van azen
    Ik aas.
  2. gebiedende wijs van azen
    Aas!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van azen
    Aas je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl