smakeloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sma·ke·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van smaak met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen smakeloos smakelozer smakeloost
verbogen smakeloze smakelozere smakelooste
partitief smakeloos smakelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

smakeloos

  1. zonder smaak
    Het eten bestond uit smakeloze gari, die leek op behangsellijm.
    zonder goede smaak, onfatsoenlijk
Synoniemen
  • De man maakte smakeloze grappen over de gebruikelijke onderwerpen.

Bijvoeglijk naamwoord

smakeloos

  1. partitief van de stellende trap van smakeloos
    Dat is iets smakeloos...
Afgeleide begrippen
Vertalingen