onfatsoenlijk
Uiterlijk
- Geluid: onfatsoenlijk (hulp, bestand)
- IPA: / ˌɔɱfɑtˈsunlək / (4 lettergrepen)
- on·fat·soen·lijk
- Afgeleid van fatsoenlijk met het voorvoegsel on-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onfatsoenlijk | onfatsoenlijker | onfatsoenlijkst |
| verbogen | onfatsoenlijke | onfatsoenlijkere | onfatsoenlijkste |
| partitief | onfatsoenlijks | onfatsoenlijkers | - |
onfatsoenlijk
- niet netjes, niet zoals het hoort
- De onfatsoenlijke zwerver stonk een uur in de wind.
- Het woord onfatsoenlijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onfatsoenlijk" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel on- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %