show

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • show
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord show shows
verkleinwoord showtje showtjes

Zelfstandig naamwoord

show m

  1. een onderhoudende presentatie.
    Hij maakte er een hele show van.
  2. uitvoering van een (klein)kunstwerk
    De nieuwe show van de cabaretier was veel beter dan zijn vorige.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
show shows

Zelfstandig naamwoord

show

  1. show
  2. vertoning
vervoeging
onbepaalde wijs to show
he/she/it shows
verleden tijd showed
voltooid
deelwoord
showed
onvoltooid
deelwoord
showing
gebiedende wijs show

Werkwoord

show

  1. tonen
  2. vertonen
  3. aanwijzen
  4. bewijzen