Naar inhoud springen

bewijzen

Uit WikiWoordenboek
  • be·wij·zen
  • In de betekenis van ‘aantonen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Afgeleid van wijzen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bewijzen
bewees
bewezen
klasse 1 volledig

bewijzen

  1. overgankelijk aantonen; staven
    • Kunt u die stelling bewijzen met cijfers. 
     De keiharde bewijzen waarmee ik een rechtszaak kan aanspannen tegen de verantwoordelijke hiervoor ontbreken.[2]
     ' 'Maar je kunt niet bewijzen dat dit een Robles is,' zei Quick.[3]
     Vervolgens werd nog een 35-jarige Irakees opgepakt, die tegen een medegevangene zou hebben gezegd dat hij het gezin bij een huurmoord zou hebben gedood. Ook dat bleek uiteindelijk niet te bewijzen. Ook speculaties dat de vermoorde man, werkzaam in de satelliet-industrie, misschien bij spionage betrokken was, leidden nergens toe.[4]
  2. inergatief betuigen; een dienst bewijzen

zich bewijzen

  1. wederkerend laten zien wat je kunt
  2. wederkerend laten zien dat iets nuttig is
    • Computers hebben zich in de loop van de jaren wel bewezen. 

debewijzenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bewijs
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]