showman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • show·man
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord showman showmannen
showlieden
showlui
verkleinwoord showmannetje showmannetjes

Zelfstandig naamwoord

showman m

  1. iemand die een optreden heeft voor het publiek
  2. (figuurlijk) iemand die heel overdreven doet
    • Het kan natuurlijk zijn dat Trumps propaganda voor Brexit bij woorden blijft, zoals zoveel bij deze showman. Dat Amerika veel grotere belangen in Europa op het spel zou zetten om Engeland te behagen, is moeilijk voor te stellen. Maar woorden, zoals Churchill als geen ander wist, zijn belangrijk.[1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Ian Buruma 9 december 2016