Naar inhoud springen

aanwijzen

Uit WikiWoordenboek
Aanwijzen.
  • aan·wij·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanwijzen
wees aan
aangewezen
klasse 1 volledig

aanwijzen

  1. overgankelijk door wijzen tonen
    • Kun je mij het plein even aanwijzen op de kaart? 
  2. overgankelijk tonen
     Minder hysterie, meer vakmanschap, herhaalde Isabelle keer op keer. Hbib vond het allemaal best. Anders dan zijn vrouw, interesseerde het onderscheid tussen een West-Europees land en een deelstaat in de Verenigde Staten hem na zijn vertrek uit Tunesië geen bal. Natuurlijk kon hij de voor de hand liggende verschillen aanwijzen, Amerikanen waren vriendelijker en zeiden alleen vervelende dingen achter je rug om.[2]
  3. overgankelijk aanstellen
     Opgezet door een man die zijn vrouw had verloren en het hotel waar zij hun vakantie doorbrachten als de schuldige aanwees.[3]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]