Naar inhoud springen

showroom

Uit WikiWoordenboek
  • show·room
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord showroom showrooms
verkleinwoord showroompje showroompjes

deshowroomm

  1. zaal waarin koopwaar tentoongesteld staat
    • Ik heb dit model niet in de showroom gezien. 
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
  • IPA: /ˈʃəʊ.ruːm/, /ˈʃəʊ.rʊm/ (VK)
  • IPA: /ˈʃoʊ.ruːm/, /ˈʃoʊ.rʊm/ (VS)

showroom

  1. showroom, toonzaal, toonkamer
  • show·room
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
showroom showroom

showroom m

  1. showroom, toonzaal, toonkamer