rest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rest
enkelvoud meervoud
naamwoord rest resten
verkleinwoord restje restjes

Zelfstandig naamwoord

rest v/m

  1. wie of wat er overblijft
    • Pas na enige dagen werden de resten van het verongelukte vliegtuig teruggevonden. 
    • 'De rest gaat nu gewoon naar huis en wacht daar tot wij hier het plan bekend maken. In die tussentijd houdt iedereen zich rustig. Wacht af wat wij besluiten.' [1] 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
resten

rest

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van resten
  2. gebiedende wijs van resten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 97


Engels

Zelfstandig naamwoord

rest

  1. rust
  2. rest