gerust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rust
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
rusten

gerust

  1. voltooid deelwoord van rusten
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gerust geruster (gerustst) *
verbogen geruste gerustere (gerustste) *
partitief gerusts gerusters -

Bijvoeglijk naamwoord

gerust

  1. zonder angst of zorg
    • Na dat gesprek was hij in een heel wat gerustere stemming dan voorheen. 
     `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.[3]
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest gerust(e)" worden gebruikt.[4][5]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
gerust geruster het meest gerust


Bijwoord

gerust

  1. op geruste wijze
    • Bekijk gerust de hulppagina's eens. 
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Typische woordcombinaties
  • ga gerust uw gang
ga onbezorgd verder

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen