gerust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·rust
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
rusten

gerust

  1. voltooid deelwoord van rusten
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gerust geruster (gerustst) *
verbogen geruste gerustere (gerustste) *
partitief gerusts gerusters -

Bijvoeglijk naamwoord

gerust

  1. zonder angst of zorg
    • Na dat gesprek was hij in een heel wat gerustere stemming dan voorheen. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest gerust(e)" worden gebruikt.[3][4]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
gerust geruster het meest gerust


Bijwoord

gerust

  1. op geruste wijze
    • Bekijk gerust de hulppagina's eens. 
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Typische woordcombinaties
  • ga gerust uw gang
ga onbezorgd verder

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen