berusten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·rus·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van rusten met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
berusten
berustte
berust
zwak -t volledig

Werkwoord

berusten

  1. (inergatief) berusten in: zonder verzet aanvaarden
    Hij berustte in zijn lot.
  2. (inergatief) berusten bij: langdurig ergens ondergebracht zijn
    Het recht om daarover te beslissen berust bij de raad.
  3. berusten op: als basis hebben
    Zijn conclusies berusten op langdurig onderzoek.
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Antoniemen
Typische woordcombinaties
  • [1]: ergens in berusten
iets opgeven/zich erbij neerleggen
  • [2]: in berusting bij ...
in bewaring/onder beheer van ...
  • [2]: de verantwoordelijkheid berust bij ...