protest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·test
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord protest protesten
verkleinwoord protestje protestjes

Zelfstandig naamwoord

protest o

  1. een uiting van ontevredenheid met het gevolgde beleid
    • Er klonk luid protest toen de wetswijziging werd aangekondigd. 
Anagrammen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
protest protests

Zelfstandig naamwoord

protest

  1. protest
vervoeging
onbepaalde wijs to protest
he/she/it protests
verleden tijd protested
voltooid
deelwoord
protested
onvoltooid
deelwoord
protesting
gebiedende wijs protest

Werkwoord

protest

  1. protesteren